Nederlandse fiscale aspecten bij bezit van een tweede huis in het buitenland

23-02-2020

Voor de berekening van de vermogensrendementsheffing maakt het niet uit of een Nederlands belastingplichtige een huis in Spanje of Portugal heeft.

Omdat er over dat tweede huis in het buitenland al belasting is betaald in het buitenland heeft de Nederlandse belastingplichtige recht op aftrek in Nederland ter voorkoming van dubbele belasting (= TVVDB).

Deze vrijstelling is het gevolg vanwege bepalingen in de belastingverdragen of vanwege de evenredigheidsmethode. Deze vrijstelling was tot 2016 ook echt een 100% vrijstelling.

Vanwege invoering van schijventarieven vanaf 2017 is de vrijstelling niet meer volledig

Vanaf 2022 gaat er weer het nodige veranderen in box 3, maar daarover de volgende keer meer.

Nederlandse fiscale aspecten bij bezit van een tweede huis in het buitenland.

Uw (tweede) huis in het buitenland en box 3 en uw huis in het buitenland.

In 2017 is er met betrekking tot de rendementsfictie een nieuw progressief stelsel ingevoerd. Het vaste forfaitair rendement van 4 % van vóór 2017 is ingeruild voor drie schijven. Het belastingtarief is ongewijzigd gebleven. namelijk 30%.

Voor 2017 gold er in box 3 altijd een vrijstelling voor buitenlands onroerend goed. Het onroerend goed werd namelijk altijd alleen maar belast in het land waar het onroerend goed was gelegen.

Omdat u over dat tweede huis in het buitenland al belasting had betaald in het buitenland had u recht op aftrek in Nederland ter voorkoming van dubbele belasting (= TVVDB). Deze vrijstelling was het gevolg vanwege bepalingen in een belastingverdrag of vanwege de evenredigheidsmethode. Deze vrijstelling was tot 2016 ook echt een 100% vrijstelling.

Vrijstelling geldt niet meer voor de volledige 100%

Vanwege het ingevoerde schijventarief in box 3 geldt de vrijstelling niet meer voor de volledige 100% en moet u toch belasting betalen in Nederland. Dit komt omdat de belastingdienst de vrijstelling berekent aan de hand van de evenredigheidsmethode.

Drie schijven in box 3

In het huidige stelsel zijn er 3 schijven voor het berekenen van het fictief rendement. Over het berekende fictieve rendement betaalt u 30% inkomsten-belasting.

De belastingdienst gaat ervan uit dat u meer rendement op uw vermogen behaalt naarmate u meer vermogen hebt. Ook gaat de belastingdienst ervan uit dat u bij een hoger vermogen meer belegt dan spaart. De belastingdienst  onderscheidt daarom twee rendementsklassen. Bij iedere volgende schijf wordt een hoger percentage toegepast om het fictief rendement over uw vermogen te berekenen.

In de tabel hieronder ziet u hoe de schijven zijn opgebouwd.

Tabel berekening rendement op vermogen over 2020

SchijfUw (deel van de) grondslag
sparen en beleggen
Percentage
0,13%
Percentage
5,60%
Percentage
gemiddeld
rendement
1Tot en met € 72.79867% 33% 1,799%
2Vanaf € 72.798 tot met € 1.005.57321% 79% 4,223 %
3Vanaf € 1.005.5730%100%5,33%

Hoe wordt rendement over uw vermogen berekend ?

Schijf 1

Over 67% van uw vermogen wordt een fictief rendement gehanteerd van 0,06 % en over de overige 33% wordt een fictief rendement gehanteerd van 5,33 %

Schijf 2

Over  21% van uw vermogen wordt een fictief rendement gehanteerd van 0,06 % en over 79% van uw vermogen een fictief rendement van 5,33%.

Schijf 3

In Schijf 3 wordt over het volledige vermogen een fictief rendement gehanteerd van 5,60 %

Deze oplopende rendementsfictie leidt er toe dat er Nederlandse belasting moet worden betaald, terwijl er eigenlijk recht zou moeten bestaan op volledige vrijstelling.

Bent u het hier niet mee eens, dan moet u tijdig bezwaar maken tegen de definitieve aanslag inkomstenbelasting vanaf het jaar 2017 (en daarop volgende jaren).

Rekenvoorbeeld nieuwe situatie ná 2017

Vanwege het ingevoerde schijvenstelsel in box 3 ziet de berekening erop eens heel anders uit.

Box 3 vermogen van de heer Jansen, inwoner van Nederland

Spaargeld€ 300.000
Netto waarde tweede woning buitenland (bijvoorbeeld in Spanje)€ 200.000
  
Totaal (wereld) vermogen in box 3€ 500.000

In dit voorbeeld is geen rekening gehouden met belastingvrije som en schulden.

Belastingberekening vanaf 2017 (op basis van tarieven 2020)

Fictief rendement over het gehele vermogen (spaargeld + 2e woning), uitgaande van box 3 tabel 2020

 Bedrag
in euro
Percentage gemiddeld rendementFictief rendement in euro
1e schijf  75.0001,799 %€   1.349,25
2e schijf425.0004,223 %€ 17.947,75
Totaal fictief rendement in box 3  € 19.297,00
Belasting box 3 30 %€  5.789,10

Aftrek Ter Voorkoming van Dubbele Belasting vanaf 2017

 BedragenTotaal
Aftrek TVVDB  (buitenlands inkomen / wereldinkomen x belastingbedrag)    (€ 200.000 / € 500.000)  x € 5.789,10  € 2.315,64
Per saldo aan box 3 belasting verschuldigd over het Nederlands bezit  € 5.789,10 – € 2.315,64  € 3.473,46

Door invoering van het schijvenstelsel in box 3 blijkt, dat de verschuldigde box 3 belasting niet meer volledig gelijk is aan de box 3 heffing over alleen het Nederlandse banksaldo.

Als alleen het Nederlandse spaargeld was belast (zonder de tweede woning in Spanje) dan was u uitgekomen op:

€ 75.000 x 1,799 %  + € 225.000 x 4,223 % =  x 30 % belasting = € 3.255,30

Met uw tweede huis in het buitenland betrokken in box 3 en vanwege het schijventarief komt u uit op: € 3.473. Een verschil van € 218,16

Vanaf 2019 zijn de fictieve rendementstarieven  verlaagd. Dit heeft er toe geleid, dat u minder box 3 belasting verschuldigd bent, dan in 2017. Maar het feit blijft, dat door toepassing van de schijven uw huis in het buitenland niet voor de 100% meer is vrijgesteld van box 3, terwijl dit vóór 2017 wel het geval was.

Waarde 2e woning in het buitenland                                                                 

Hebt u een 2e woning in Nederland? Vermeld dan de WOZ-waarde met waardepeildatum 1 januari van het jaar vóór het jaar van aangifte. Die staat op de WOZ-beschikking die u hebt gekregen van uw gemeente.

Is het een 2e woning buiten Nederland? Vermeld dan de waarde in het economisch verkeer in onbewoonde staat op 1 januari van het jaar vóór het jaar van aangifte.

Een 2e woning is niet:

■   de eigen woning die uw hoofdverblijf is in het jaar van aangifte. Ook niet de ‘tijdelijke’ eigen woning. Deze geeft u aan bij ‘Eigen woning’ in box 1.

■   een woning die u verhuurt. Hier bedoelen we ook de voormalige eigen woning die u tijdelijk verhuurt in afwachting van verkoop. Geef deze woningen aan bij overige onroerende zaken in box 3.

Verhuur vakantiewoningen als bedrijfsactiviteit

Verhuurd onroerend goed wordt in het nieuwe Nederlandse belastingstelsel be-last in box 3. Wanneer het verhuren echter gekwalificeerd wordt als onderne-ming of als overige werkzaamheid dan vindt belastingheffing in box 1 plaats. In dit geval wordt het reële netto-rendement, inclusief eventuele verkoopwinst vast-gesteld en belast. De tarieven worden in box 1 progressief belast tot 49,50 % (vanaf 2020).  

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s